Wanneer God het slagveld betreedt, sterft de moraal

Ik schrijf dit vanuit Oost-Jeruzalem, op wandelafstand van de Oude Stad. Binnen die muren, op een minuscuul stuk grond, liggen de heiligste plaatsen voor joden, christenen en moslims. Als heiligheid op zichzelf vrede kon brengen, zou dit het paradijs op aarde moeten zijn. Dat is het niet. Terwijl de hemel boven ons regelmatig oplicht door de dodelijke choreografie van Iraanse raketten en Israëlische onderscheppingen, wordt een wrange waarheid zichtbaar: hoe dichter men bij de taal van het heilige komt, hoe makkelijker menselijk lijden verandert in een noodzakelijke lotsbestemming.

Ik heb eerder gewerkt in broze en conflictgevoelige contexten. Maar Jeruzalem legt een bijzondere morele paradox bloot: heilige taal maakt van land een onbetwistbare aanspraak en van oorlog iets rechtvaardigs. Die gedachte werd de voorbije dagen nog scherper door twee signalen. The Guardian berichtte over Amerikaanse militairen die van hun oversten te horen kregen dat een oorlog tegen Iran deel zou zijn van “God’s divine plan”. Tegelijk circuleerden oproepen van Paula White-Cain voor een gebedssessie rond “Operation Epic Fury”. Samen tonen ze hoe snel oorlog een religieuze glans krijgt wanneer geloof de taal van de macht begint te spreken.

De instrumentalisering van het geloof

Het probleem is niet geloof op zich, maar het moment waarop geloof de macht gaat dienen. Dat gevaar beperkt zich niet tot één kamp. Het duikt op zodra politiek geweld een heilige betekenis krijgt: wanneer grondgebied een goddelijke erfenis wordt en oorlog een vorm van voorzienigheid. Op dat punt begint compromis op verraad te lijken en vrede op ongehoorzaamheid.

Daar wordt geloof gevaarlijk: niet wanneer het diep gelooft, maar wanneer het het vermogen verliest om te rouwen. Rouw is geen zwakte; ze is een van de laatste verdedigingslinies tegen moreel verval. Rouwen betekent dat de doden geen symbolen worden en hele volkeren geen figuranten in andermans heilsverhaal. Zodra dat vermogen verdwijnt, wordt wreedheid een strategie en politieke macht een goddelijke voorzienigheid.

Een script zonder menselijkheid

We zien dit in verschillende gedaanten in deze regio. Aan de Israëlische zijde wordt Bijbelse taal over “Judea en Samaria” gebruikt om land en soevereiniteit te sacraliseren, waardoor onteigening makkelijker te vergoelijken valt. Maar dat patroon is niet uniek. Ook in delen van de islamitische wereld wordt geweld opgetild tot een heilige strijd van martelaarschap en verlossend lijden. De woordenschat verschilt, het patroon niet: bloed krijgt een verheven betekenis en oorlog wordt moreel opgeladen.

Een theologie die brandende steden en dode kinderen ziet en toch opgewonden blijft spreken over “Gods plan”, is haar moreel kompas kwijt. Dat is geen devotie, maar ontheiliging in verheven taal

Dezelfde ontsporing zie je in apocalyptische christelijke lezingen, waar oorlog wordt begroet als de vervulling van profetieën. Een theologie die brandende steden en dode kinderen ziet en toch opgewonden blijft spreken over “Gods plan”, is haar moreel kompas kwijt. Dat is geen devotie, maar ontheiliging in verheven taal. Mensen worden herleid tot rollen in een heilig script dat ze zelf niet geschreven hebben. Joden worden symbolen in eindtijdfantasieën; Palestijnen worden abstracties of collateral damage.

De grens van het fanatisme

Wanneer religieuze taal op die manier wordt gebruikt, tast ze het geloof zelf aan. Ze vervangt geweten door zekerheid en maakt van rouw een hinderpaal. Maar vrede kan niet gebouwd worden door mensen die naar de gedoden kijken en zichzelf toch rechtvaardig blijven noemen. Geen enkele profetie kan onverschilligheid voor menselijk lijden rechtvaardigen. Geen natie en geen leider staat boven een morele toetsing.

De echte vraag is niet of geloof de geschiedenis kan ontcijferen of zich aan macht kan hechten. De echte vraag is of het nog de mens voor zich kan zien en of het nog kan wenen. De grens tussen geloof en fanatisme is of lijden je nog kan doen stilstaan. Zodra dat niet meer gebeurt, zal geloof bijna alles zegenen: geweld, wreedheid en overheersing. Dan wordt vrede niet alleen uitgesteld, maar verraden nog voor ze goed en wel is uitgesproken.

Leave a comment